door Rinus van der Heijden

Rinus van der Heijden

...

Negenentwintig jaar geleden is het nu dat een aantal Tilburgers samen op vakantie ging. Een camping in het Midden-Franse Amboise was het reisdoel. De meesten konden wel iets op ‘een instrument’. Twee dagen lang werd er getokkeld, geblazen en getrokken en ontstond het idee om de Fransen daarmee te verblijden. De derde en vierde dag trok het Tilburgse zootje ongeregeld het stadje in. ‘Een-twee-drie, hopla, een overweldigend succes,’ zo herinneren Albert Siebelink en Kees Kloks zich die eerste dagen.

‘We stonden voor een café te spelen, waarop de ober met een fles rosé naar buiten kwam. Daarna gingen we de streek in, speelden op straat en van het geld dat we vingen, deden we de boodschappen. Hoe goed dat ging bewees Avignon. Daar haalden we duizend gulden op één avond binnen.’

De Coup omschrijven is net zoiets als zeggen hoe oud je wordt. Een straatorkest, dat is het natuurlijk wel, een strijdorkest ook, maar dan houdt het op. En de musici? ‘Er zitten een paar beroeps tussen, de rest is autodidact – nogal’, zegt Albert Siebelink . Let op de toevoeging.

Joodse liedjes
Na de vakantie in Frankrijk besloten de toen nog elf groepsleden, De Coup voort te zetten. De muziek die werd gespeeld bestond in die beginperiode uit joodse- en zigeunerliedjes. Albert Siebelink, die een boekingsbureau voor musici had (heeft), zette De Coup meteen op de boekingslijst. Dat resulteerde er in elk geval in, dat het gezelschap elke zes jaar met elkaar op vakantie ging. ‘Maar toen de orkestleden kinderen gingen krijgen, werd het te ingewikkeld,’ zegt Kees Kloks.

De eerste grote reis werd gemaakt naar Burkina Fasso. Dat was in 1997. Het orkest speelde in hoofdstad Ouagadougou. ‘Dat was een echte cultuurschok,’ zegt Albert Siebelink. ‘We moesten de mensen leren klappen. Maar het was geen slechte ervaring, daar in West-Afrika.’
In 2007 haalde De Coup wereldfaam binnen op het Hongaarse Szigetfestival. ‘Dat is het grootste festival in Europa,’ zeggen Kees Kloks en Albert Siebelink. ‘Het grootste van alle eilanden in de Donau biedt daarbij plaats aan veertig podia. Er wordt allerlei muziek geprogrammeerd.’ ‘Ik kende een Hongaarse band én de programmeur van het festival’, herinnert Albert Siebelink zich. ‘Mijn voorstel was om die groep en De Coup samen te voegen. We speelden in een tent voor 1200 man. Wij knalden zó dat de houten vloer ervan omhoog kwam. Zoiets hadden we nog nooit meegemaakt. En allemaal jong volk!’